Single Post

[De lat hoog voor iedereen!] Zijn wij (vak)didactische meesters?

(Her)beleef de lezing “de lat hoog voor iedereen”. We deelden deze lezing op in vier delen, dit is deel 3. De eerste drie delen zijn nu al te lezen, het laatste deel wordt snel verwacht. 

Vakdidactisch meesterschap gaat over passionele kennis van het lesgeven. Het gaat over weten wat werkt om leerlingen tot leren te brengen. En dat alles met groei-tijd. Voor leerlingen én leraren.

Voor grootmeesters op dit vlak in ons taalgebied kan je denken Pedro De Bruyckere (lerarenopleider, onderzoeker en auteur van oa Klaskit), Tim Surma (leerkracht wiskunde en onderzoeker) en Paul Kirschner(hoogleraar onderwijspsychologie, kijkt oa vanuit de breinwetenschap naar leerprocessen). Via dit Blogcollectief Onderzoek Onderwijs delen ze regelmatig hun werk.

Hoe werkt dat, leren?

We vroegen Tim Surma naar nuttige inzichten vanuit de wetenschap van het leren. Zijn voornaamste tips op een rijtje:

  1. Belangrijk om te weten is dat leerlingen twee soorten geheugen hebben, een korte- en een langetermijngeheugen. De capaciteit van dat kortetermijngeheugen is erg beperkt. Die kan slechts een vijftal nieuwe, losse elementen aan tegelijkertijd. Het langetermijngeheugen van mensen is quasi onbeperkt. De voorkennis die bij iemand aanwezig is, bepaalt het tempo waarop iemand kan bijleren. Als een leerling op vakantie ging naar Griekenland en die volgt een les over de Griekse kunst, dan is het logisch dat die sneller aansluiting vindt en sneller zal bijleren.

    Voorkennis is een voorwaarde om sneller te leren. Ga dus op zoek naar die voorkennis bij je leerlingen om sneller aansluiting te vinden.

  2. Op lange termijn is het leren het meest gebaat met strategieën als spaced practice (gespreid leren) en retrieval practice (leren door op te halen uit het geheugen). Dus: spreid leer- en oefenmomenten in de tijd, eerder dan ze te bundelen in één tijdsspanne. En zorg ervoor dat leerlingen – hoe kort ook – actief informatie uit hun lange termijngeheugen moeten halen.
  3. Leg nadruk op betekenisvolle kennis. Kennis is niet hetzelfde als informatie.Informatie is hetgene dat je opzoekt op internet, kennis is datgene waarmee je nadenkt. Een wezenlijk verschil, met name in een overvloed aan online informatie.
  4. Leerprestaties worden vaak verward met prestaties die je kan waarnemen in de klas. Het is niet omdat leerlingen actief bezig zijn in de klas, dat ze aan het leren zijn. Zo zegt Robert Bjork: “Als het makkelijk lijkt, dan zijn ze waarschijnlijk niet aan het bijleren”.

    Creëer daarom voldoende wenselijke moeilijkheden (desirable difficulties) in je klas. Een leerling moet net genoeg zwoegen op een opdracht om tot leren te komen.

Differentiëren doet leerlingen leren

De wetenschap van het leren omzetten in effectief lesgeven, daar zit het meesterschap van de didacticus. En als didactiek ‘de kunst van het lesgeven’ is, dan is differentiëren de next level. De martial arts van het lesgeven, dixit Tim Surma.

Differentiatie begint bij een onderzoekende manier van kijken naar je leerlingen, waarbij je verschillen (op cognitief vlak, op talig vlak, op motorisch vlak,…) gaat benutten als motor om te komen tot meer motivatie, een grotere leerefficiëntie en meer leren.

Als Schoolmakers hanteren we een model met drie eenvoudige vragen die je als leraar helpen zo breed mogelijk zicht te krijgen op die zaken die relevant zijn wanneer je gaat differentiëren:

Wat kunnen de leerlingen? => competenties

Deze vraag geeft je zicht op de reeds aanwezige competenties bij je leerlingen, waarbij we het woord ‘competentie’ breder invullen dan louter cognitief. Het gaat even goed om metacognitie, psychomotoriek, sociale competenties, …

Wat willen de leerlingen? => voorkeuren

Inspelen op voorkeuren kan de motivatie van leerlingen doen toenemen. Zowel op strategisch vlak (alleen werken, per twee, met hulp van de leraar) als op inhoudelijk vlak (keuze-hoofdstukken of modules) kan je leerlingen aan het stuur van hun eigen leerproces zetten, waarbij we wel een gezond evenwicht bewaken. Het is ook belangrijk dat we leerlingen ‘stretchen’ en toeleiden naar nieuwe inzichten en concepten.

Wat hebben de leerlingen nodig? => ondersteuningsnoden

Je afvragen wat een leerling precies nodig heeft om te kunnen groeien, geeft een zicht op de ondersteuningsnoden die leerlingen hebben om volwaardig te kunnen deelnemen aan de les. Voor de ene leerling is dat een duidelijke structuur, voor de andere talige ondersteuning of voorleessoftware, voor nog een andere is dat voldoende beweging. Vooraleer we allerlei uitzonderingen in de les inlassen, is een klascontext belangrijk waarin de leerkracht op zoveel mogelijk verschillen in competenties, voorkeuren en ondersteuningsnoden tegelijk inspeelt

Door van de leerlingen zowel de competenties, voorkeuren als ondersteuningsnoden in kaart te brengen, krijg je een breed zicht op je leerlingen en kan je je didactiek gaan bijsturen. Zo zorg je ervoor dat nog meer leerlingen nog meer, nog liever en nog efficiënter leren.

De kunst zit niet in in die ene werkvorm of aanpak. Integendeel. Je meesterschap schuilt net in ruime didactische bagage. Pas dan kan je als een veelzijdig virtuoos doelgericht variëren in werkvormen.

Een virtuoos denkt groots en start klein. Hij/zij gelooft erin, probeert veelvuldig, faalt glorieus en leert met plezier van anderen. Hoe didactisch virtuoos ben jij? Overloop welke van de onderstaande voorbeelden je al toepast, en ga erover in gesprek met collega’s.

Aanvullingen meer dan welkom op saskia@schoolmakers.be.

Smaakt deze blog naar meer?
Ben je leraar secundair onderwijs, geboeid door leren, door je vak, en hoe je dat overbrengt?

Saskia Vandeputte

separator

Schrijf je in op onze nieuwsbrief

Wil je op de hoogte blijven van onze activiteiten, publicaties en verhalen?

No comments yet! You be the first to comment.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

three × five =