Single Post

Traditioneel of innovatief onderwijs? Zo zwart-wit is het niet.

De media pakten dit weekend uit met de resultaten van een grootschalig onderzoek naar de effecten van directe instructie op school. Die bleken bijzonder gunstig.

Directe instructie is een efficiënte manier om onderwijs aan te bieden. Maar directe instructie gaan verwarren met traditioneel onderwijs, is wel heel kort door de bocht. Een leraar die vooraan in de klas staat te doceren, geeft niet noodzakelijk kwaliteitsvolle directe instructie. Bovendien houdt directe instructie ook niet enkel in dat de leraar wijsheid produceert, en de leerling die consumeert. We mogen heus wel wat meer activiteit verwachten van leerlingen. En onszelf als leraar wat meer veelzijdigheid opleggen.

Een valse tegenstelling?

Het scherpstellen van een tegenstelling tussen traditioneel onderwijs en innovatief onderwijs zoals projectmatig of constructivistisch onderwijs, kan leiden tot negatieve framing van dit laatste. En dat verdient het niet. Coöperatieve werkvormen, casusbesprekingen, werken vanuit projecten, blended learning… zijn geen waardeloze didactische interventies. Binnen een kader van wat goed lesgeven is, kunnen ze juist verfijning aanbrengen en het didactische repertoire van de leraar verbreden. De vraag is dus niet of de leraar een rol speelt in het leerproces van de leerling, maar hoe hij deze rol het best invult om te komen tot maximale leerwinst.

Neem een doorsnee groepswerk: laat 4 tieners samenwerken aan een opdracht, en het resultaat zal een licht chaotisch, close-to-deadline zootje ongeregeld zijn. Herkenbaar. Want ook de gemiddelde vergadering onder leraren vertoont dergelijke kenmerken. Tot je de boel begint te structureren, afspraken maakt, doelen voorop stelt, kijkt waar de groep al staat, het denkproces laat begeleiden en doelgericht gaat werken, tijdig nadenkt of je nog wel naar die doelen toewerkt en bijstuurt.

De veelzijdige leraar

Professor Jelle Jolles schrijft in zijn boek “Het Tienerbrein” dat jongeren in het onderwijs in hoofdzaak nood hebben aan 3 fundamentele zaken: sturing, ondersteuning en inspiratie. Centraal staat de vraag als leraar: “Wanneer geef ik elk van deze zaken? Hoe pas ik ze toe?”. Met andere woorden: hoe vul ik mijn rol als leraar in?

Je kan dit voorstellen aan de hand van een assenstelsel. Eén as geeft de sturing weer die je biedt als leraar. De andere as de ondersteuning;

In dit assenstelsel kan je 4 grote vlakken aanbrengen, die overeenkomen met verschillende rollen die je kan aannemen als leraar:

De instructor geeft veel sturing. Hij bepaalt de lesdoelen, brengt deze duidelijk over aan de leerlingen, brengt hun voorkennis in kaart en speelt hierop in bij het verdere lesverloop. Hij controleert na de instructie of de inhoud van zijn instructie begrepen is. Die instructie kan zich zowel richten op het inhoudelijke, als op het strategische. Ze kan gericht zijn op de levensstijl bij de Romeinen, maar evengoed op de stappen die je doorloopt bij het schrijven van een zakelijke tekst met een duidelijke introductie, corpus en conclusie. De leraar is rolmodel, hij inspireert, doet voor, verduidelijkt, stelt en beantwoordt vragen.

Na een fase van instructie, gaan de leerlingen begeleid aan de slag. De leraar neemt hierin een coachende houding: hij laat leerlingen meedenken, laat hen samen nadenken, stuurt waar nodig bij, en ondersteunt. Dat laatste wilt zeggen dat hij gaat bekijken wat er nodig is opdat de leerlingen zelfstandig aan de slag kunnen. Via een vragende houding stimuleert hij hun probleemoplossend vermogen.

De motivator kan al meer vertrouwen op de zelfstandigheid van zijn leerlingen. Hij laat hen zelfstandig de leerstof verwerken, en bekrachtigt via kwaliteitsvolle feedback wat reeds goed gaat. Hij laat ook de ruimte op het einde van de les om af te toetsen of er vooruitgang gemaakt is, laat leerlingen nadenken over die vooruitgang en de toepasbaarheid ervan. Leerlingen die leerwinst ervaren, zijn gemotiveerder.

De facilitator zorgt ervoor dat alles vlot kan verlopen. Hij bewaakt het naleven van regels en afspraken, monitort het onderling respect onder leerlingen en grijpt onmiddellijk in waar nodig, hij zorgt voor een goede klasopstelling, een overzichtelijk aanbod van leermateriaal, denkt na over combinaties van leerlingen en leerdoelen.

Bagage en inspiratie

De leraar is nodig. Hij heeft heel wat in handen om op het juiste moment de juiste rol aan te nemen en leerlingen te voorzien van inhoudelijke input en strategische bijsturing als instructor en coach, kwaliteitsvolle feedback te geven als motivator en een krachtige leeromgeving op te zetten als facilitator. Het flexibel schakelen tussen deze rollen maakt een leraar veelzijdig én onmisbaar in het leerproces van leerlingen.

Horen innovatieve manieren van werken niet thuis in dit model van directe instructie? Natuurlijk wel. Het is geen alles of niets verhaal waarin instructie tegenover zelfstandig werk of projectmatig werk zou staan. Ook projectwerk kan perfect voldoen aan dezelfde succescriteria als directe instructie.

Het volgende lijstje kan je helpen om je voorbereiding te screenen en er op die manier voor zorgen dat je kwaliteit biedt aan je leerlingen:

 

Vraag?Inspiratie nodig?
O Zijn de doelen duidelijk voor mezelf? Voor de leerlingen?
O Heb ik een manier voorzien om de voorkennis van de leerlingen in kaart te brengen, te activeren?Bekend, benieuwd, bewaard.
O Heb ik nagedacht over een gewenste klasopstelling, geluidsbeheer, materiaal, groepssamenstelling? Start een zoektocht op Pinterest.com met als zoekterm “Classroom management”.
O Heb ik nagedacht over een heldere, gestructureerde instructie?–       Over de inhoud/kennis van de les/het project?

–       Over de manier van werken? De strategieën en vaardigheden?

  • Flipping the classroom
  • Prezi
  • Powerpoint
  • Onderwijsleergesprek
  • Coöperatieve werkvormen
O Heb ik leeractiviteiten voorzien waarmee de leerlingen semi-begeleid aan de slag kunnen?
  •  Zie dit document
O Heb ik leeractiviteiten voorzien waarmee leerlingen zelfstandig aan de slag kunnen:–       En sterke leerlingen ook uitbreidingsopdrachten kunnen maken?

–       En er ruimte is voor extra ondersteuning en instructie voor wie het nodig heeft?

  • Zie dit document
O Heb ik een manier gevonden om op het einde van de les in kaart te brengen in welke mate de leerdoelen bereikt zijn?
  •  Exit tickets (zie Pinterest)
  • Reflectiegesprek

 

Meer lezen over deze interessante materie? Ik grasduin graag en veel in volgende werken:

Hattie, John. Leren zichtbaar maken. Bazalt Educatieve Uitgaven, 2014.

Hollingsworth, John & Ybarra, Sylvia. Expliciete directe instructie. Uitgeverij Pica, 2015.

Jolles, Jelle. Het Tienerbrein. Amsterdam University Press. 2017.

Marzano, Robert J. De Kunst en de Wetenschap van het lesgeven. Bazalt Educatieve Uitgaven, 2012.

Marzano, Robert J. Wat werkt op school? Bazalt Educatieve Uitgaven, 2014.

http://www.directeinstructie.nl/

Jan Royackers – jan@schoolmakers.be
Jan is Schoolmaker en wetenschappelijk medewerker aan het Steunpunt Diversiteit en Leren van de UGent.

Schrijf je in op onze nieuwsbrief

Wil je op de hoogte blijven van onze activiteiten, publicaties en verhalen?

No comments yet! You be the first to comment.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

15 + 17 =