Single Post

Zo start je het schooljaar met differentiatie!

Het nieuwe schooljaar brengt zonder enige twijfel weer heel wat frisse gezichten in je klaslokaal van de middelbare school. Een ideale start voor differentiatie. Differentiatie begint dan ook met het doorgronden van je leerlingen.

Een paar relevante vragen die daarbij helpen zijn:

  • Met welke voorkennis komen al deze nieuwe leerlingen naar mijn les? Wat is er blijven hangen van het vorige schooljaar?
  • Wat doen ze graag? Wat passioneert hen?
  • Hoe zelfstandig zijn ze al?
  • Welke ondersteuning hebben ze nodig om te komen tot goed leren?
  • Op welke vlakken ben je er zeker van dat je hen nog veel kan bijleren?

Las daarom voor jezelf een periode in van kennismaking en observatie. Dat mag even duren. De tijd die je neemt om met je voelsprieten af te tasten wie er voor je zit, is tijd die je vaak uitspaart tijdens het schooljaar.

De volgende tips kunnen helpen om die periode van kennismaking en observatie vorm te geven en een stevige basis te leggen voor de rest van het schooljaar.

1. Sterk aan de startlijn met hoekenwerk.

 Maak voor jezelf een lijstje van de essentiële kennis en de vaardigheden die je als noodzakelijke basis ziet voor leerlingen om het jaar goed te kunnen starten. Beperk jezelf tot een 5-tal: belangrijke reken- of spellingsregels, belangrijke referentiekaders zoals de wereldkaart, kernconcepten uit je vak…

In elke hoek laat je de leerlingen eerst een korte test maken om in kaart te brengen wat ze hier nog van weten. Voorzie verbetersleutels. Aan de hand van hun resultaten maken ze ofwel een opdracht die de basis herhaalt, of een opdracht die reeds uitbreiding voorziet.

 

Extra tips:

  • echte basiskennis en –vaardigheden vragen regelmatige opfrissing. Kom hier dus voldoende regelmatig op terug en beschouw deze ene herhalingswerkvorm niet als eindpunt.
  • Zorg dat de leerlingen op het einde van deze werkvorm duidelijk weten wat ze nu juist moeten kunnen en kennen. Na een paar weken kan je hen hier nog eens op testen om te bekijken wat het effect was van de herhaling.

2. Zelfsturing vergroten

 Voorzie 5 korte herhalingsopdrachten en 5 verschillende manieren waarop leerlingen deze kunnen maken. Laat leerlingen voor zichzelf uitmaken hoe ze elke opdracht maken. Dat kan aan de hand van deze matrix, maar je kan hier natuurlijk op variëren. De opdrachten zijn voorbeelden uit het leerplan geschiedenis.

 Ik werk alleen in stilte.Ik werk per 2 met mijn buur.Ik werk onder begeleiding van de leerkracht.Ik geef hierover zelf een mini-les.Ik volg hierover zelf een mini-les.
Opdracht 1

“De tijdslijn reconstrueren”.

Opdracht 2

“Mijlpalen in onze geschiedenis”.

Opdracht 3

“Opzoeken in de historische atlas”.

Opdracht 4

“Antwoorden op vergelijkings- en waarom-vragen”.

Opdracht 5

“Actualiteit is geschiedenis, geschiedenis is actualiteit”.

Laat op het einde van deze reeks opdrachten de leerlingen nadenken over hoe elk van deze manieren van werken liep. Dat kan aan de hand van volgend sjabloon:

 Maakte ik als volgt:Dit liep al goed:Dit doe ik de volgende keer beter:
Opdracht 1 

 

 

Opdracht 2 

 

 

Opdracht 3 

 

 

Opdracht 4 

 

 

Opdracht 5 

 

 

 

Extra tips:

  • De zelfreflectie in stap 2 zal vaak dode letter blijven als je hier niet meer op terugkomt met je leerlingen. Een snelle manier om dit impact te laten hebben gaat als volgt. Het vraagt 1 lesuur, waarin je de andere leerlingen zelfstandig kan laten werken. Vorm groepjes van 4. Neem elk groepje 10 minuten apart en laat elke leerling benoemen welke manier van werken het best ging, en welke het minst goed. Op het einde van de 10 minuten laat je hen formuleren wat ze geleerd hebben van hun klasgenoten, en waar zij op zullen letten in de toekomst. Bij voorkeur laat je hen dit aandachtspunt noteren in hun agenda, op hun werkblad, op het klasbord…
  • Pin leerlingen niet vast op de manier van werken die het beste liep. We mogen gerust van alle leerlingen verwachten dat ze al deze werkstrategieën kunnen toepassen. Wat niet goed liep, verdient dus net extra training en aandacht.

3. Interesseprofiel

Een eenvoudig werkblad, 5 vragen die je een hoop informatie opleveren die je kan gaan benutten in de les.

  • Op een schaal van 0 tot 10, hoe geïnteresseerd ben je in dit vak? (10 wil zeggen “heel geïnteresseerd”).
  • Waarom is dit een belangrijk vak volgens jou?
  • Welke les van dit vak vond je de allerleukste vorig jaar?
  • Was je tevreden met je resultaat van dit vak vorig schooljaar? Waarom (niet)?
  • Op welke 3 momenten in je verdere leven zal je de kennis van dit vak nog nodig hebben?

Extra tip:

  • Aan de hand van dit werkblad kan je leerlingen ook laten speed-daten. Zo verspreiden de antwoorden op de vragen zich als een lopend vuurtje.

Veel succes!

 

Met vragen over deze werkvormen kan je terecht bij Jan Royackers – jan@schoolmakers.be.

separator

Schrijf je in op onze nieuwsbrief

Wil je op de hoogte blijven van onze activiteiten, publicaties en verhalen?

No comments yet! You be the first to comment.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

19 − seventeen =